Onze reis in de voetsporen van 1910-1911
Charlotte’s opa, de kunstschilder Marinus Heijnes maakte als jongeman in 1910, hij was toen 22 jaar oud, een reis naar zuid Europa. In oude kranten staat dat hij naar StMoritz ging om te exposeren. Onze reis gaat naar de plekken die we hebben kunnen achterhalen op basis van tekeningen, foto’s, overleveringen, schilderijen en aquarellen. Een reisverslag uit 1910 ontbreekt helaas. Soms is het makkelijk de plekken terug te vinden maar soms niet. Jarenlang heb ik gezocht naar de plek van een toren. Heel internet heb ik afgestroopt maar niets gevonden, tot AI me vorig jaar onverwacht hielp aan de juiste locatie, die we op onze eerste dag van de reis hebben bezocht en gevonden.
Wat we vooral willen bereiken is een indruk te krijgen over het gevoel wat Heijnes destijds had tijdens zijn reis, in een tijdperk waarin het niet zo makkelijk was ergens naar toe te gaan. Wat trok hem aan op de plekken die hij bezocht en hoe zal hij dat logistiek aan hebben gepakt met al zijn schilderspullen, doeken etc. En hoe zou het op die plekken die we gaan bezoeken er in 1910 uit hebben gezien.
Onze eerste match!!
Luzern! Wij zijn vandaag (zaterdag) gestart met onze reis langs de route uit 1910/1911 die kunstschilder Marinus Heijnes als 22 jarige jongeman heeft gemaakt.
Onze eerste stop van de reis is Luzern, waar we op zoek zijn gegaan naar de exacte locatie van dit schilderij, dat dit jaar in april op de kalender staat.

Het viel nog niet mee, er zijn 3 torens die in aanmerking komen voor het schilderij. Maar uiteindelijk hebben we de juiste poort gevonden, en ook de plek waar Heijnes de toren 116 jaar geleden heeft geschilderd. Door de boom die inmiddels flink is uitgegroeid is de poort niet exact te herkennen op de foto maar ik ben er van overtuigd dat we goed zitten. Heijnes zal het bij avondlicht hebben gemaakt want de oker gloed konden wij niet zo zien.

De poort maakt deel uit van de verdedigingswerken van Luzern uit de middeleeuwen, best wel een stevige klim dus gehad vandaag.
Morgen gaan we door naar Italië.
Dag 2
Vandaag (zondag) hebben we een tocht door Ticino gemaakt. De regio waar Marinus naar toe ging nadat hij St Moritz verliet. Uit meerdere bronnen weten we dat hij Ticino veel fijner vond dan St Moritz omdat de mensen er een eerlijk en eenvoudig leven hadden, minder opgepompt dan in St Moritz. Langs de route van onze weg richting Varzo liep een spoorlijn dus hij zou zo maar in het dorpje van deze foto geweest kunnen zijn. Of niet, natuurlijk.

We overnachten meerdere nachten in Trasquera. Op zoek naar het plaatsje Bassogno, vlak boven Varzo. In Trasquera zal Heijnes niet geweest zijn, onze vakantiewoning ligt redelijk ver wandelen buiten Varzo. We dachten in de buurt van Varzo te zitten, maar hadden geen rekening gehouden met de grillige vormen van de bergweggetjes. Het is bijna een half uur per auto vanaf Varzo! Als Heijnes al in Varzo is geweest zal hij in de kerkdorpjes vlak boven Varzo zijn geweest. We gaan daar morgen wandelen. Op zoek naar Bassogno. Voor nu genieten we van het prachtige uitzicht.

Vandaag (maandag) hebben we Bassogno gevonden. Maar was het ook de juiste plek?

Helaas. Het was wel heel mooi, we hebben stevig moeten klimmen om in de omgeving van Bassogno en de kerkjes daaromheen, o.a. Coggia, te komen. Onze schoenen en kuiten hebben het te verduren gehad maar het is echt schitterend.


Maar helaas dus niet het kerkje van het schilderij. We hadden er al rekening mee gehouden, en nu weten we het zeker: hier is het kerkje niet geschilderd.
Misschien morgen in Piancogno meer geluk!
We gaan vandaag (dinsdag) door reizen van Varzo naar Piancogno. In de bergen bij Bergamo. We werden getipt dat de naam Piancogno pas in de jaren zestig is ontstaan en dat het voor die tijd Cogno heette. Het zou kunnen zijn dat Heijnes Basse Cogno heeft gehoord toen hij het kerkje schilderde. Dat zou ook verklaren waarom hij er 3x iets anders onder schreef: Bessogno, Bisogno en Besocno. We hebben ons hotel in Lovere aan het meer van Isea. Ik ben heel benieuwd wat we vinden!

We hebben het gevonden!

Niet het plaatsje Bassogno vrees ik, maar absoluut de sfeer van de streek, kerkjes als op het schilderij van Heijnes uit 1910/1911 en steegjes en straatjes. Het is werkelijk schilderachtig hier en er was in Cogno in 1911 ook een treinstation dus het zou zo maar kunnen dat dit de plek is van het schilderij, de tekening en de aquarel.
Morgen (donderdag) reizen we naar Menton, Frankrijk, voor de volgende ontdekkingen.

Vlak over de grens van Italië ligt Menton aan de Franse Rivièra. Heijnes heeft hier meerdere schilderijen gemaakt en is hier waarschijnlijk langere tijd geweest. Mogelijk ook meerdere keren. De karakteristieke bomen hebben we gevonden aan een zeepad bij Roquebrune.

Vandaag (zaterdag) zijn we – na een kort uitstapje gisteren naar de Classic Grandprix in Monaco – weer verder gegaan met onze speurtocht. Op enkele werken staat duidelijk Menton, en aangezien we daar vlakbij logies hebben is het leuk om daar te gaan kijken. Menton is een stadje, maar vooral een groot en mondain vakantieparadijs, met een lange boulevard en veel hotels en appartementen. Die stonden er in 1910 veelal nog niet denk ik en het exacte plekje van de schilderijen onvindbaar, ook al kunnen we wel ongeveer plaatsen waar het gemaakt zal zijn.

Van mensen ter plaatse kregen we de suggestie Menton Garavan, waar we als eerste heen zijn gegaan. Garavan ligt vanaf Menton richting de grens met Italië. Wat daar direct opvalt is dat je mooi uitzicht hebt over het historische en schilderachtige Menton.

Dat stelt mij gelijk voor een interessante vraag: waarom koos Heijnes voor een eenvoudig tafereel met een cypres, een pijnboom en wat bloemen, terwijl hij zeker ook in dit prachtige stadje geweest moet zijn. Ik denk dat ik, als ik in zijn schoenen had gestaan, daar meer voor had gekozen. Maar Heijnes maakte vaker dit soort keuzes, hij verkoos de sfeer van het landschap te schilderen en de door de mens gemaakte toevoegingen waren voor hem minder interessant. Soms met alleen een vervallen huisje, die hier destijds overal zo gestaan hebben maar die nu vervangen zijn door appartementen.


Uiteindelijk denk ik dat Heijnes de tekening en het schilderij van hierboven gemaakt heeft vanaf een heuvel direct ten westen van Menton, omdat anders het stadje er ook op zou staan. Die heuvels zijn inmiddels allemaal volgebouwd, dus dit plekje bestaat nu niet meer als zodanig.
We zouden nog doorreizen naar Eze, maar we wilden ook nog wat genieten van de zon en de zee, en morgen reizen we alweer door naar Sommacampagna (Italië), dus we moeten ooit nog maar eens terug naar deze streek.
Tussentijdse conclusie – waar bracht Heijnes ons tot nu toe?
Na maanden van voorbereiding en inmiddels de eerste dagen op reis, begint zich langzaam een beeld te vormen van de route die Marinus Heijnes rond 1910–1911 heeft afgelegd.
Wat aanvankelijk leek op een vrij rechtlijnige reis langs bekende plaatsen, blijkt in werkelijkheid veel grilliger en interessanter te zijn geweest. Steeds duidelijker wordt dat Heijnes geen toerist was die van hoogtepunt naar hoogtepunt trok. Hij bewoog zich juist buiten de gebaande paden.

Zijn route loopt weliswaar langs bekende plaatsen als Luzern, St. Moritz en later Venetië, maar daartussen zoekt hij juist de kleinere, minder voor de hand liggende locaties op. Plekken waar het dagelijks leven zich afspeelde en waar het landschap nog niet was ontdekt.
Dat verklaart ook waarom wij nu zoeken naar plaatsen die nauwelijks op kaarten terug te vinden zijn.
De puzzel van “Bassogno”
Het schilderij met de aanduiding “Bassogno 1911” vormt nog steeds het grootste raadsel.
Wat we inmiddels met redelijke zekerheid kunnen zeggen:
– de naam komt niet voor als officiële plaats
– het gaat waarschijnlijk om een lokale of fonetisch opgeschreven benaming
– het betreft vrijwel zeker een klein dorp of gehucht
Geen van deze locaties heeft nog een goede match opgeleverd, maar ze hebben de zoektocht wel scherper gemaakt.
Wat deze reis nu al bijzonder maakt, is de betrokkenheid van anderen. Via Facebookgroepen, e-mails en persoonlijke contacten hebben we reacties gekregen uit verschillende regio’s. Soms tegenstrijdig, soms verrassend, maar altijd waardevol.
Het bevestigt één ding: de sleutel tot deze puzzel ligt waarschijnlijk niet in boeken of kaarten, maar bij mensen ter plaatse.
Een zoektocht zonder garantie – en juist daarom de moeite waard
Door te kijken zoals Heijnes keek, door dorpen binnen te lopen zonder precies te weten wat we zullen vinden, komen we misschien dichter bij zijn manier van reizen dan wanneer alles vooraf vast zou staan.
Vooruitblik
De komende dagen zetten we onze reis voort, met nieuwe locaties en nieuwe aanknopingspunten. Morgen gaan we op zoek naar een interieur.
Misschien vinden we de plek. Misschien herkennen we hem pas achteraf. Of misschien blijft het een naam uit een andere tijd.
Maar één ding is zeker: we kijken inmiddels met andere ogen naar het landschap en de schilder Marinus Heijnes – en dat is misschien wel de belangrijkste ontdekking tot nu toe.
Vandaag (zondag) zijn we weer een heel andere omgeving. We zijn in Sommacampagna, vlakbij het Gardameer, waar Marinus in 1910 een bijzonder interieur heeft getekend. We hebben vanmiddag een afspraak om dat interieur, dat mogelijk na 115 jaar nog steeds bestaat, te gaan bekijken. We worden daarbij geholpen door Eleonora, met wie we straks een afspraak hebben, hetgeen we bijzonder waarderen.
We zijn heel benieuwd, maar zijn nu al overweldigd door het prachtige landschap met wijngaarden, cypressen en mooie oude gebouwen. Ik kan begrijpen dat Heijnes het hier naar de zin heeft gehad, ook al is het niet een voor de hand liggende locatie voor een kunstschilder in 1910.

Zondagmiddag hadden we een afspraak met Eleonore, ze is architect en was jarenlang raadslid cultuur in Sommacampagna. Ze vertelde over villa Oppi, als mogelijke plek van het door Marinus getekende interieur.

Helaas moeten we nog geduld hebben, de eigenaar van Villa Oppi is er morgen en dan kunnen we binnen kijken.
Eleonore had een interessante theorie. Marinus was hier namelijk opvallend vroeg; andere schilders ontdekten Sommacampagna pas vele jaren later. Volgens haar zou het kunnen dat Marinus in Venetië een van de villa-eigenaren uit Sommacampagna heeft ontmoet en via die weg werd uitgenodigd om daar te komen schilderen. Veel eigenaren van de villa’s in Sommacampagna woonden immers in Venetië.
De villa die we morgen hopen te bezichtigen, was destijds de woning van een dokter. De theorie is dus zeker niet ondenkbaar—maar als die klopt, zouden er waarschijnlijk meer schilderijen moeten zijn gemaakt.
De leeuwenkoppen van Sommacampagna

Vandaag (maandag) zijn we in het huis geweest waar de haard zou hebben gestaan die Marinus Heijnes in 1910 heeft geschilderd. Het is het huis waar destijds de dokter Oppi woonde. De haard die we aantroffen is niet 100% gelijk aan de tekening, maar dat zou kloppen met het verhaal van de kleinzoon van de dokter die ons het huis liet zien. Zijn moeder had de haard in de jaren 40 gemoderniseerd. De oude haard met leeuwenkoppen heeft jarenlang in de tuin gelegen, uit de resten konden we helaas geen leeuwenkoppen meer herkennen.

Wat het extra bijzonder maakt is dat we van hem hoorden dat de zijn tante Felicia in Venetië in die jaren schilderles kreeg van Venetiaanse kunstenaar Alessandro Milesi. Dit plaatst haar in het kunstmilieu van Venetië rond 1910. In combinatie met het feit dat Heijnes in deze periode in Venetië verbleef en waarschijnlijk in het ouderlijk huis van Felicia heeft gewerkt, ligt het voor de hand dat hij via haar in Sommacampagna terecht is gekomen. Het is niet denkbeeldig dat jonge Heijnes in contact kwam met Felicia en dat hij met haar mee is gegaan naar het huis van haar ouders in Sommacampagna. Als dit verhaal klopt kan dat ook de reden zijn waarom Marinus de tekening al die jaren zo goed heeft bewaard, ook al is het niet echt het thema van zijn andere werk.
Het zou zo maar kunnen zijn dat hij heel goede herinneringen aan deze plek op het Italiaanse platteland had, en meer hier heeft geschilderd. Helaas hebben we dat vandaag niet niet bevestigd gekregen.


Er zijn in de villa’s hier in het dorp meerdere leeuwenkoppen bekend, blijkbaar was dat een streekgebonden ding voor de statige villa’s in Sommacampagna. Er zijn afbeeldingen daarvan maar de situatie is over het algemeen helemaal anders. Eén van die andere plekken is wijnhuis Gorgo, waar we een paar lekkere flessen hebben gekocht en de haard mochten zien. We gaan er mede gezien het verhaal en de plek van de schouw vooralsnog van uit dat Villa Oppi de plek is waar Heijnes destijds is geweest.
Morgenochtend (dinsdag) gaan we eerst nog even naar MuseoNicolis, een automuseum vlakbij waar we nu zitten en waar het verhaal van de auto, de techniek en het design van de 20e eeuw te zien is. Heeft niets te maken met Heijnes maar alles met mijn eigen hobby: het schilderen van oude auto’s.
Vandaag (dinsdag) zijn we doorgereden naar Venetië. We wisten natuurlijk al dat Marinus Heijnes hier is geweest – thuis hangt immers al jaren een schilderij van Venetië aan de muur. Een favoriet van Charlotte, vanwege de warme, zomerse kleuren en de rustige sfeer. We waren jarenlang in de veronderstelling dat het zicht op het San Marcoplein was.
Maar wat er vandaag gebeurde, hadden we niet verwacht. We liepen vanaf het San Marcoplein richting het water en keken uit over de lagune, om uit te zoeken van welk eiland het schilderij gemaakt moest zijn. En ineens… daar was het. Precies dát beeld. San Giorgio Maggiore, met de toren en de koepel – exact zoals op het schilderij bij ons thuis.We stonden echt even stil. Dit was geen “lijkt erop”. Dit wás het gewoon.


Het idee dat Heijnes hier ruim honderd jaar geleden heeft gestaan met zijn ezel en kwasten, kijkend naar vrijwel hetzelfde tafereel, is bijzonder. Er is in al die tijd zo weinig veranderd dat het bijna voelt alsof je even door zijn ogen kijkt.
Wat ook opvalt: hoe hij het heeft geschilderd. Het water is net iets blauwer, het licht warmer, met meer geel erin dan in werkelijkheid. Hij schilderde dus niet alleen wat hij zag, maar vooral wat hij voelde.
En misschien is dat nog wel het mooiste besef van vandaag: dat Heijnes, pas 22 jaar oud, hier al stond met zo’n scherp gevoel voor kleur en sfeer – en dat wij dat moment, meer dan een eeuw later, zomaar weer even mochten terugzien.
Soms komt geschiedenis ineens heel dichtbij.
Vandaag (woensdag) hebben we lekker door Venetië gekuierd. We zijn in leuke oude wijken geweest, waaronder de wijk waar de academie van kunst is. We zagen winkeltjes met kunst en vooral winkeltjes met ‘kunst’. Venetië is echt schilderachtig, veel inspiratie opgedaan, ook al is het hier autovrij. We zochten nog naar sporen van kunstenaars uit omstreeks 1910 maar hebben die niet gevonden. We zijn omdat we Layka bij ons hadden ook niet musea in geweest.

Volgende stop van onze reis is Merano of Meran. We weten uit oude boeken dat Heijnes hier was geweest maar we kennen geen werken van hier. Wel is er destijds een duidelijke foto gemaakt, we gaan morgen die plek van de foto opzoeken.
Merano was destijds een bekend kuuroord. Toen Heijnes hier was hoorde het nog bij Oostenrijk, na WO1 werd het Italië. Het feit dat keizerin SiSi hier meerdere keren is geweest (voordat ze in 1898 werd vermoord) wordt hier breed uitgemeten.
Maar aan veel kun je nog wel zien dat de stad allure heeft gehad. Er staan mooie grote huizen en heeft een leuk centrum. Anno 2026 is het een enigszins toeristisch stadje, iets kleiner dan Harderwijk. Het ligt aan de Weinstrasse. Vandaag was het gezellig op straat, overal foodtrucks en muziek.

Best wel jammer dat we niet beschikken over een compleet reisverslag. We hebben onze reis moeten maken op basis van foto’s, tekeningen en schilderijen. Een aantal vastleggen uit die tijd hebben ons enigszins geholpen.





We zouden vandaag (zondag) op zoek gaan naar de plek van de foto in Merano, maar hebben ons plan aangepast. Aan het einde van onze reis – in de voetsporen van kunstschilder Marinus Heijnes, de opa van Charlotte, en zijn grand tour van 1910 – zijn we vandaag naar het oorspronkelijke doel van zijn reis gegaan: St. Moritz in Zwitserland.
Marinus reisde hierheen met het plan om te exposeren. In een interview in het Leidsch Dagblad lezen we echter dat hij het er te toeristisch vond en al snel weer verder trok. Dat gegeven maakte ons bezoek aan St. Moritz des te interessanter.
We verwachtten een mondaine en levendige plaats, maar eerlijk gezegd viel het ons tegen. St. Moritz voelt nu als een vrij doorsnee wintersportplaats rond een klein meer. Er zijn zeker nog sporen van allure – statige hotels en enkele elegante gebouwen – maar buiten het seizoen mist het levendigheid. Het dorp oogt zelfs wat verlaten. Op de Olympische Winterspelen van 1928 na, vonden we er weinig tastbare geschiedenis.
In vergelijking met plaatsen als Luzern of Merano komt St. Moritz verrassend vlak over. Het maakt voorstelbaar dat Marinus, na zijn reis vanuit Amsterdam, hier teleurgesteld is geweest. Het roept ook de vraag op waarom hij juist hierheen ging. Mogelijk was er een concrete aanleiding – een uitnodiging of een tentoonstelling – want anders is het een opmerkelijke bestemming voor zo’n lange reis.
Wij voelden in ieder geval iets van de teleurstelling die hij hier misschien ook heeft ervaren. Misschien anders, in een andere tijd – maar toch herkenbaar.

Vandaag (maandag) is de laatste dag van onze reis in de voetsporen van Marinus Heijnes. We zijn naar Schloss Tirol gegaan, vlak boven Merano. Hier hebben we de plek gevonden waar die ene foto rond 1910 is gemaakt. Op de foto staat Marinus – de man in het midden – samen met een vriend en zijn oudere zus. Het lijkt zo ongeveer nazomer te zijn op de foto. Het lijkt erop dat de foto gespiegeld is afgedrukt.
Het moment krijgt steeds meer betekenis nu we zijn reis beter begrijpen. Die begon in 1910; op een tekening uit Sommacampagna staat bijvoorbeeld juli 1910. Uit een andere bron weten we dat hij pas in 1912 terugkeerde naar Nederland. Het is dus goed voorstelbaar dat hij tijdens zijn lange reis bezoek heeft gekregen van huis.

Marinus staat hier opvallend verzorgd en netjes gekleed. Dat past ook bij wat we weten: zijn moeder was naaister en zal daar ongetwijfeld een rol in hebben gespeeld. Het geeft de foto iets persoonlijks — niet alleen de reizende kunstenaar, maar ook de man met zijn achtergrond en familie.

De plek zelf ligt zo’n zes kilometer boven Merano, tegen de berghelling aan, met uitzicht op het dal en de bergen erachter. Het is geen toevallige plek; je moet er echt naartoe lopen. Dat maakt het aannemelijk dat ze hier bewust samen naartoe zijn gegaan — een wandeling, een uitje, misschien zelfs een klein moment van trots om deze omgeving te laten zien.
Voor ons was het bijzonder om hier te staan. De plek is herkenbaar, het uitzicht grotendeels hetzelfde. Wat eerst alleen een foto was, is nu een concrete plek geworden — en daarmee ook een stukje van zijn verhaal.

Prachtige vakantiereis Gert en Charlotte,met voor jullie zelf vele indrukken, vermoedelijk een voldaan gevoel waar vele plekken al door voorgeslacht aangedaan werden gelezen jullie conclusies.
Heb geprobeerd wat mee te reizen, ben zelf ivm knieoperatie nu ook niet mobiel, dus die vermoeide benen welke jullie af en toe benoemden heb momenteel geen last van.
Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.
Beoordeling Onze reis in de voetsporen van 1910-1911.