Jacob Ritsema in Noord Veluws Museum
Van 27 juni t/m 13 december is in het Noord-Veluws Kunstmuseum, bij ons om de hoek in Nunspeet, de tentoonstelling Jacob & Coba Ritsema, broer achter zus te zien. Namen die een kleine relatie hebben met Marinus Heijnes. Op de tentoonstelling is werk te zien van Jacob Ritsema, met wie Heijnes in 1932 bij Kunstzaal Reeker een duo-expositie heeft gehad. Maar ook in tentoonstellingen daarvoor (1916) en daarna (1939) zullen ze elkaar getroffen hebben. In 2020 hebben we daar al eens een blog over geschreven. Heel mooi is er te zien dat ook Ritsema, die wat ouder was dan Heijnes, naast water en heidelandschappen ook Bretagne heeft geschilderd. Hieronder een werk van Ritsema uit omstreeks 1920 en een werk van Heijnes uit ongeveer dezelfde periode.


In de Maasbode uit 1932 vinden we een beschrijving van het werk van beide kunstenaars.
In „Kunstzaal Reeker” te Haarlem exposeeren thans de schilders M. Heijnes en Jacob Ritsema.
Heijnes toont voornamelijk landschappen en enkele kinderportretjes. Als landschapschilder kunnen we hem waardeeren om de frischheid, die zijn werken kenmerkt en om de kleur, die vaak van groote kracht is. Hij is meer een schilder van kleuren dan van stemmingen, een colorist, die opgaat in het kleurenspel, dat de natuur hem biedt. De gloed en het leven, die de zon geeft aan het landschap — aan het Hollandsche waterlandschap vooral — vinden we terug in zijn doeken waarvan het opwekkend karakter weldadig aandoet. Heijnes hoede zich echter voor overdrijving. In sommige werken namelijk slaat de blijheid over tot luidruchtigheid, de kleur verliest dan haar nobele werking, wordt haast brutaal, het geheel doet geforceerd aan. Dit zijn de zwakke momenten van dezen, overigens zoo verdienstelijken landschapschilder. In de portretjes, naar heel jonge kinderen, is een teederheid, die men van dezen robuusten landschapschilder niet zou verwachten. Hoe mooi is zoo’n neusje, zoo’n mondje gemodelleerd, hoe prachtig het zachte huidje weergegeven in de fijne pastel no. 12. Noemen we ook om diezelfde voortreffelijke eigenschappen, de aquarel no. 26, waarin we daarenboven de fijn gepenseelde handjes moeten bewonderen.
Jacob Ritsema, die vrijwel alles schildert wat z’n schildersoog trekt, met uitzondering dan van het portret en het figuur, dat we nimmer van hem zagen, is in alles de kundige schilder. Geen kunstenaar van breede allure, doch een, die z’n kracht vindt in het eenvoudige. Daarom liggen hem ook die onderwerpen het best, waarin de wereld niet zoo groot is, daarom is hij prachtig in ’n Hofje, in een straatje met wat oude huizen, ’n interieur of ’n bloemstuk, beter dan in rotspartijen met een aanrollende zee, zooals hij die schilderde aan de Bretonsche kust. Als schilder van het Hollandsche landschap kunnen we hem prijzen in ’n Mauve-achtige morgenstemming en in een tweetal sappige buitenstudies. Ritsema is een kundig schilder, een die voortreffelijk met de verf om kan gaan (Hoevelen kunnen dat?). Hij is ook ’n schilder, waarvan men houdt om z’n aantrekkelijken eenvoud, een die alles mooi ziet en vooral in heel gewone dingen de schoonheid ontdekt. Een van z’n beste werken geeft niets meer dan een verweerde, gepleisterden muur, waar wat onkruid tegen aan groeit!

Zijn zuster Coba Ritsema was een van de zogenaamde Amsterdamse Joffers. Net als Lizzy Ansingh, met wie Heijnes in maart 1941 in heeft geëxposeerd bij Leffelaar, eveneens in Haarlem. Of beide kunstenaars elkaar bij deze tentoonstelling hebben ontmoet is niet bekend.
Beoordeling Jacob Ritsema in Noord Veluws Museum.